baslooptnaarrome.reismee.nl

Dag 87 - La Storta

Via Francigena – 7 juli 2016

Radicofani – La Storta

1895/1913 km

Donderdag 30 juni

De etappe naar Acquapendente begon met een lange afdaling met werkelijk schitterend uitzicht. Het was het laatste stukje Val d’Orcia, en ook het laatste stukje Toscane. In een dorpje op ongeveer de helft dronk ik cappucino met Ilaria, Jan en Fausto, die ik alle drie in Radicofani had ontmoet. Ilaria is een erg sympathieke Italiaanse, klein van stuk. Ze begon in Radicofani. Jan is een Nederlander uit Nagele, die vanuit zijn woonplaats is vertrokken! Hij is halverwege de zestig en heeft een grote witte baard. Af en toe vragen mensen hem om een foto omdat hij op de kerstman lijkt. Fausto is een nogal vreemde, maar toch vriendelijke Italiaan van rond de zeventig. Door zijn manier van spreken lijkt het 7 alsof hij altijd chagrijnig is, maar schijn bedriegt. Het laatste stuk naar Acquapendente was geheel over de Via Cassia, een oude Romeinse weg maar tegenwoordig een drukke nationale weg. In Acquapendente sliepen Jan, Ilaria, Fausto en ik bij de parochie. Heel sober, en niet erg schoon, maar ach. Later die middag werd er aangebeld door een Tsjechisch stel met vijf kinderen, die er ook wilden overnachten. Dit gezin loopt van Lucca naar Rome! Ze hebben een grote kinderwagen. De ouders hebben de kinderen heel goed onder controle, dat moet ook wel als je zoiets onderneemt. Ik was erg moe en heb die middag veel geslapen (in het park). ’s Avonds kebab, om de sleur van de pizza en pasta te doorbreken!

Vrijdag 1 juli

Na een nacht met erg veel gesnurk ging ik om 07:00 op pad naar Bolsena. Ik liep het eerste stuk met Ilaria. Halverwege kwam het meer van Bolsena in zicht. Ik was door de korte nacht niet in mijn normale doen. Het klinkt niet erg logisch, maar als ik moe ben ga ik juist sneller lopen, om er eerder te zijn. Deze etappe was dus een soort sprint. Ik kwam rond het middaguur aan in Bolsena, en gelukkig kon ik al naar binnen bij de zusters (weet even niet meer welke orde) Het waren matrassen op de grond, geen probleem (slaapt vaak lekkerder dan een veel te zacht bed). Ik ging liggen en heb twee uur geslapen. In de avond kwam er een Spaanse pelgrim binnen, Mercedes uit Barcelona. Mercedes loopt van Rome naar Lucca, en misschien naar de Grote Sint-Bernhard. Ze rookt als een ketter en houdt niet op met praten! We hebben samen pizza gegeten, en over allerlei dingen gepraat. Ze was ooit bijna de persoonlijke masseuse van Johan Cruyff geworden, vertelde ze. Bij terugkomst waren twee Zwitserse meisjes inmiddels terug (hun tassen lagen er al toen ik aankwam). Lea en Lou, beide ergens in de twintig, waren in San Quirico gestart en legden gedeeltes van de VF wegens voetproblemen liftend af. De volgende dag zouden ze gelijk naar Rome liften. We hebben tot laat in de avond gepraat, heel gezellig.

Zaterdag 2 juli

Na een laat ontbijt met Lea en Lou ging ik om 8:15 op pad naar Montefiascone. Het was toen ik begon al heel heet. Ik kwam rond 12:00 aan en besloot een pizza te eten met de bekende wijn uit Montefiascone: ‘Est!, Est!!, Est!!!’ (google het even voor een leuk verhaaltje over deze wijn). Het was om 14:00 40 graden op het pleintje. Ik moest nog een stukje door tot mijn overnachtingsplaats, de ‘Domus Peregrini’. Om daar te komen liep ik over een prachtig stukje Via Cassia Antica, de nog intacte Romeinse weg. ‘Domus Peregrini’ wordt gerund door een stel dat zelf ook veel tochten heeft gelopen. Ze ontvangen de pelgrims in hun eigen huis, met avondmaaltijd en ontbijt, voor donativo (gift). Franco ontving me heel hartelijk met Antonio, een vrijwilliger. Ik was de enige pelgrim die dag. Hij stelde voor om die avond naar en kroeg te gaan om daar de wedstrijd Italië-Duitsland te gaan kijken. Briljant idee! We aten voor Italiaanse begrippen wat eerder, om 18:30. Op het menu stond minestrone, met als bijgerechten veel vlees en groente. Als ‘digestivo’ dronken we verschillende soorten grappa die Antonio had meegenomen. Na het eten ging ik met Antonio naar de bar voor de wedstrijd. Franco wachtte op zijn vrouw, die thuis zou komen van een lange treinreis. Het was heel leuk om de wedstrijd in een Italiaanse bar te kijken, ook al was er niet veel volk. Helaas was mijn dagritme er niet meer op ingesteld om ’s avonds laat wakker te zijn, dus bij de verlenging vielen mijn ogen dicht. Vlak voor de strafschoppen gingen we naar huis. Ik viel als een blok in slaap.

Zondag 3 juli

Het was nog maar een klein stukje naar Viterbo, de volgende stopplaats. Ik zou overnachten in een B&B die me was aangeraden door mijn nicht Elly en haar man Aldo. En wat was nou het leuke: ze hebben de overnachting voor me betaald! Ontzettend lief en leuk, ik ben ze eeuwig dankbaar. Want: het was een paradijselijke plek. Helaas heb ik niet veel van Viterbo gezien omdat de B&B uit het centrum lag, maar dat offer wilde ik graag brengen. Anna en Marco, de hartelijke eigenaars van ‘Podere dell’Arco’ hebben een groot lavendelveld en een prachtige villa met zwembad, met B&B. Mijn appartement was een grote kamer met een deur uit de 15e eeuw en een gigantische oude schouw, en een klein keukentje. Verder had ik een tweepersoonsbed (echt ZO’N verademing na al die nachten in stapelbedden) en een heerlijke badkamer. Ik heb de hele middag gerelaxed, aan het zwembad gezeten en geslapen. Echt goddelijk.

Maandag 4 juli

Ik heb nog nooit zo’n lekker ontbijt gehad als de volgende ochtend. Scrambled eggs, allerlei soorten cake, brood met huisgemaakte aarbeienjam, yoghurt, vers geperst vruchtensap, cappucino…. Wat een belevenis. Nogmaals hartelijk dank Elly en Aldo! Ik liep vervolgens verder naar Vetralla, door de drukkende hitte. In Vetralla ging ik naar binnen bij de parochie van de San Francesco, in een binnentuin. Ik trof een grote groep kinderen die aan het bidden waren. Ik werd verwelkomd door Pietro, een ietwat chagrijnige man die me desondanks uitnodigde voor de lunch en het avondeten. Ilaria en ik aten met alle kinderen en de parochianen in een bloedheet zaaltje. Elke dag eten de kinderen bij de kerk, ik weet niet precies waarom. Ook voor gehandicapten en armen werd gezorgd. Omdat er een paar jarigen waren geweest (waaronder Ilaria!) was het toetje tiramisù. Na de lunch werden we naar de kelder geleid waar opklapbedden stonden voor pelgrims. Allemaal heel sober, maar prima. ’s Avonds aten we weer samen (zonder de kinderen), een soort pasta carbonara die zwom in de olijfolie.

Dinsdag 5 juli

Na cappucino en brioche liep ik naar Sutri. Onderweg kwam ik een grote groep pelgrims tegen, die in etappes de VF lopen. Eenmaal in Sutri aangekomen kon ik nog niet terecht bij de zusters Karmelietessen, dus heb ik het begin van de middag op een bankje in de schaduw doorgebracht. Al gauw kwam Ilaria ook aan, en hebben we een biertje gedronken totdat de zusters opengingen. Alle communicatie met de zusters ging via een luikje. Ilaria en ik kregen samen een kamer toegewezen, klein maar schoon (dachten we!) Na een gezellig avondmaal met uitzicht op Etruskische tempels gingen we naar bed. Die nacht heb ik werkelijk geen oog dicht gedaan door allerlei insecten die me staken, en door de hitte. Desondanks toch weer vroeg op!

Woensdag 6 juli

Na twee koppen koffie om de slechte nachtrust te compenseren, ging ik op pad naar Campagnano. Het was duidelijk dat Rome dichterbij kwam, want er lag steeds meer afval langs de weg! Onderweg bij kopje koffie nummer drie in een bar, inspecteerde ik mijn benen en voeten. Die bleken onder de bultjes te zitten, wel een stuk of vijftig bij elkaar. Ilaria had hetzelfde. Het moeten bedmijten zijn geweest, want zelfs voor een heel leger muggen was dit te veel. Het jeukte verschrikkelijk! De tweede helft van de dag was ook weer een avontuur. Ik volgde de route van mijn gidsje, en die bleek niet meer up to date. De weg liep dood, ik belandde in een privé-stuk land. Na veel geploeter door struiken (mijn been opengehaald) en over muurtjes en hekken kwam ik weer op een goede weg. Hier hield het echter niet op, want ik was de Via Francigena compleet kwijt. Om weer op de juiste route te komen moest ik een klein stukje over de Via Cassia lopen, een drukke weg die van Florence naar Rome loopt. Ik had nauwelijks nog water, en de temperatuur liep ondertussen op tot 40 graden. Maar uiteindelijk kwam alles goed toen ik een tankstation met bar zag! Die avond sliep ik in een parochiehuis, heel modern met airconditioning (de hemel).

Donderdag 7 juli

Vandaag heb ik naar La Storta gelopen, de laatste rustplaats voor Rome, langs de Via Cassia. Ik zit nu in een hotelkamer dit blog te typen. Op de putdeksels en de bussen staat al SPQR… Heel raar gevoel om zo dichtbij te zijn. Ik heb zin om er te zijn. Het is een geweldig avontuur geweest. Ik heb zo veel mooie dingen meegemaakt en zoveel lieve mensen ontmoet, ongelooflijk! Ik zal er voor de rest van mijn leven aan terugdenken. Maar ik mis iedereen ook wel. Het is precies goed zo!

Het vertrek uit Canterbury lijkt een jaar geleden. Frankrijk was soms afzien en eenzaam, maar o zo mooi, en de Fransen die ik heb ontmoet ongelooflijk aardig. In Frankrijk was ik een eenling die raar werd aangekeken. In Zwitserland veranderde dit al een beetje, en in Italië was het het tegenovergestelde: hier was ik één van velen. Italië was heerlijk vanwege de kameraadschap met de andere pelgrims, het eten, de geschiedenis en het landschap.

Zondagmiddag neem ik de trein naar Milaan, om daar te overnachten, en maandag met de TGV naar Parijs en verder naar huis! Ik wilde per sè met de trein, omdat dat een wat soepelere overgang biedt naar het normale leven. En ik hou gewoon van de trein. Voor iedereen die mijn blog heeft gelezen, dank! En vooral heel veel dank voor alle lieve berichtjes.

Bas

 

 

Dag 79 - Radicofani

Via Francigena – 28 juni 2016

San Giminiano – Radicofani

1734/1913 km

Ik ben inmiddels weer in een nieuwe fase beland, nu de groep waarmee ik de laatste twee weken heb opgetrokken uiteen is gegaan. Nog slechts 9 dagen tot Rome!

Donderdag 23 juni

Na een geweldige opera in het avondlicht, samen met Julien, gingen ik de volgende dag naar Abbadia Isola. We vertrokken om 6:00, maar er was geen ontkomen aan de hitte. Rond een uurtje of één kwamen we aan in het kleine plaatsje vlak voor de ommuurde stad Monteriggioni, die je in de verte op de heuvel kon zien liggen. Helaas ging het ostello pas om 15:30 open, dus moesten we voor de kerk wachten. Gelukkig was er een bar open om een biertje te drinken. Het ostello werd gerund door de organisatie die ook de accommodatie langs de weg naar Santiago verzorgt. Er waren vier vrijwilligers, die ons heel hartelijk welkom heetten. Inmiddels was ons groepje aangevuld met Frances, een ontzettend leuke Ierse vrouw uit Dublin, die van Lucca naar Siena liep. Als vast ritueel wassen ze de voeten van elke pelgrim, een bijzondere ervaring. Na het aperitief in de bar sloeg het noodlot toe: mijn telefoon was weg. Nu heb ik al eens eerder spullen laten liggen in Rome, dus ik was niet verrast maar ik baalde erg. Iedereen hielp mee zoeken, maar zonder succes. Tijdens het gezamenlijke diner kregen we een telefoontje van de parochie dat ze mijn telefoon hadden gevonden! Ik had hem in de kerk laten liggen. Eén van de vrijwilligers bood aan om met mij naar de parochie te rijden om hem te halen. Zo gezegd, zo gedaan, en na een halfuurtje had ik hem terug! Pfff, dat was weer op het randje. Iedereen was blij voor me en er werd geproost!

Vrijdag 24 juni

De volgende ochtend was de mooiste ochtend tot nu toe. Het was heerlijk koel, en de zon zette de mistige heuvels in een gouden licht. Daar kwam nog bij dat Monteriggioni, de ommuurde stad, in de verte op de heuvel te zien was. Het stadje zelf stelde vanbinnen niet veel voor helaas. Na 5 uur lopen (en een pauze met koffie en wijn, aangeboden door een VF-vrijwilliger) kwamen Karen, Erica, Matteo en ik aan in Siena! Ik had de hele reis naar dit moment uitgekeken, meer dan naar Rome. Het is zo’n prachtige stad! Ik ben verliefd op de Piazza del Campo (ook al ziet het er zwart van de toeristen).  We waren alle vier doodop en gingen gelijk naar ons overnachtingsadres bij de zusters van Barmhartigheid, midden in het centrum. De zusters bieden ook maaltijden aan daklozen, en aangezien wij rond de lunch aankwamen, kregen ook wij lunch aangeboden. We waren behoorlijk hongerig, dus dat sloegen we niet af. Maar hoe hongerig we ook waren, niemand had verwacht dat we zoveel eten zouden krijgen! Eerst een soort rijstsalade (op zichzelf al heel vullend), daarna kip, aardappels en worteltjes, toen yoghurt, en we kregen ook nog pizza en zoete broodjes toegestopt. Na deze lunch was het tijd voor een dutje. Rond 17:00 gingen we de stad in. Om 18:30 hadden we afgesproken met Frances op het plein, om een aperitivo te drinken en samen te eten, aangezien het Matteo en Erica’s laatste avond was. In het Ufficio di Turismo had ik een leuk cadeautje voor ze gevonden: twee ‘testimonia’, d,w.z. documenten die worden aangereikt aan pelgrims die hun tocht in Siena eindigden. Tijdens het ongelooflijk lekkere en gezellige eten in een osteria, gaf ik ze aan Matteo en Erica en ze vielen gelukkig in de smaak. Traantjes werden weggepinkt.

Zaterdag 25 juni

De volgende ochtend was het tijd voor afscheid. Een gedeelte van de groep ging gelijk door naar Ponte d’Arbia, ik bleef in Siena en Matteo en Erica gingen naar huis. Ik zwaaide ze uit, en het afscheid was moeilijk. Ongelooflijk hoe je aan mensen gehecht kunt raken na twee weken! Mijn dag in Siena was minder spectaculair dan gedacht. Ik had allerlei plannen, maar ik was te moe om achter toeristen aan te hobbelen in musea. Dus heb ik slechts rondgelopen en op terrasjes gezeten, en ’s middags geslapen. Op een rustdag merk je pas hoe moe je eigenlijk bent. ’s Avonds heb ik wel ontzettend gezellig met Frances gegeten in dezelfde osteria als de vorige avond. Het klikte heel goed. Frances is werkzaam op een middelbare school als vertrouwenspersoon, en heeft ook een tijdje geschiedenis gedoceerd. Ze gaat binnenkort naar Hanoi, Vietnam, om daar op een school voor kinderen van diplomaten te werken.

Zondag 26 juni

Op zondag ging de reis weer verder, naar Ponte d’Arbia. Door mijn rustdag kwam ik in een hele andere groep pelgrims terecht, alleen maar Italianen. Hele aardige mensen, maar doordat ik zo’n leuke groep achter me had gelaten vond ik het moeilijk om me direct weer bij anderen aan te sluiten. Dus bleef ik wat meer op mezelf. In het dorpje Ponte d’Arbia sliep ik met alle Italianen, een Spanjaard en een paar Fransen in een klein, oud hostel, bloedheet, vol met vliegen en pelgrims (25 man!). ’s Middags werd er pasta gekookt door Giuliano, een Italiaanse Belg (ja echt). Eén van de aardigste Italianen was Pierluigi, een jolige ietwat gezette Romein. ’s Avonds hebben we pizza gegeten in een pizzeria aan de andere kant van de straat.

Maandag 27 juni

De volgende dag ging ik naar San Quirico d’Orcia, zo’n 28 km. Het was werkelijk een prachtige tocht. De Val d’Orcia, zo heet de regio, is het mooiste stukje van de VF tot nu toe. Vergezichten over heuvels, af en toe een berg, lavendel, graanvelden. ’s Middags begon er een windje te waaien waardoor het aangenaam werd. San Quirico is een heel leuk plaatsje dat zijn bestaan volledig aan de VF te danken heeft. Ik sliep in het ostello van de gemeente: nieuw, schoon en leeg! Vrijwel alle andere pelgrims hadden gereserveerd in het andere ostello, van de parochie. Ik sliep met slechts eén andere pelgrim op de kamer, een Duitser die naar Brindisi loopt en zijn verhalen aan iemand kwijt moest. ’s Avonds heb ik nog een stukje van Italië-Spanje meegepikt.

Dinsdag 28 juni

Om niet te vroeg in Rome aan te komen (Anne en Sander wachten me op!) besloot ik de volgende etappe in tweeën te breken. Deze etappe, naar Radicofani, stond bekend als heel zwaar, dus dat kwam goed uit. Ik had een kamer gereserveerd in een ‘agriturismo’ in Gallina, halverwege. Onderweg kwam ik langs de Bagno Vignoni, een eeuwenoude badplaats en een lust voor het oog. Er stond nog steeds een briesje en het was weer schitterend. Nogmaals: Val d’Orcia, ga erheen! Rond 12:30 kwam ik aan in het paradijs. Het met klimop bedekte huis (maar heel goed verzorgd) lag op een heuvel, met uitzicht rondom. Ik kreeg een heel appartement toegewezen. Na een heerlijke middag relaxen werd het eten opgediend, alles met ingrediënten uit eigen tuin (ik weet niet waar het vlees vandaan kwam): eerst ‘panzanella’, een koude broodsalade en Toscaanse specialiteit, toen lasagne, toen varkensvlees, een gepofte aardappel en tomaten, met allerlei heerlijke kruiden, een stuk meloen en tot slot koffie. Misschien wel het allerlekkerste wat ik ooit heb gegeten!

Woensdag 29 juni

Vannacht sliep ik als een baby. Het was compleet stil, in scherp contrast met het constante gesnurk in de gebruikelijke slaapzalen. Ik ging vandaag verder naar Radicofani, nog 18 km. Radicofani is een pittoresk klein stadje bovenop een heuvel, met een imposante toren. Ik was er al om 11:00. Toen ik een rondje door het stadje liep, ging ik een winkeltje in aan een klein pleintje, waar de eigenaresse aanbood om een lunch voor me klaar te maken. Ik moest toch nog eten, dus waarom niet! Het was weer een schot in de roos: salami, ham, pecorino, panzanella, ansjovis, ‘panforte’ (soort cake), wijn en koffie, voor super weinig geld. Nu wacht ik tot het ostello open gaat, gerund door vrijwilligers van dezelfde organisatie als in Abbadia Isola (van de voetwassing). Ik ben benieuwd!

Waarschijnlijk is dit mijn éen-na-laatste blog, op de 8ste kom ik aan in Rome! Jammer dat het straks voorbij is. Heel onwerkelijk. Maar aan de andere kant heb ik ook erg veel zin om weer naar huis te gaan en het avontuur af te sluiten.

Groetjes,

Bas

Dag 72 - San Gimignano

Via Francigena – 22 juni 2016

Passo della Cisa – San Gimignano

1612/1913 km

De eerste week in Toscane is achter de rug. Wat een feest! Het is net een snoepwinkel, ik loop door schitterend landschap en elke avond arriveer ik weer in een ander prachtig stadje. Ik maak nu deel uit van een heel gezellige groep. We proberen telkens op dezelfde plek te overnachten. De groep bestaat uit: Julien en Karen (Amerika), Matteo en Erica (Italië), Hugo (België), Régine (Frankrijk) en ik. Matteo en Erica lopen helaas maar tot Siena, daarna zal iedereen waarschijnlijk weer zijn eigen weg en tempo kiezen.

Woensdag 15 juni

Na de gezellige avond met pasta carbonara vertrok iedereen de volgende ochtend apart richting Aulla, kok Giuseppe uitgezonderd. Om Pontrémoli te verlaten moest ik over drukke wegen, niet echt een pretje. Ongeveer halverwege werd het wat beter, toen ik over een stijgende en dalende bosweg moest. Helaas bleef de snelweg voortdurend binnen gehoorsafstand, dus echt een mooie etappe was het niet. Aulla stelt niet zo veel voor, aangezien het oude centrum in WOII is gebombardeerd. Veel flats. Desondanks sliepen we in een oude abdij die de vuurzee had overleefd. Er was ook een keukentje, en Erica heeft goddelijke risotto gemaakt met parmaham en gorgonzola. We aten buiten op het dakterras bij de ondergaande zon!

Donderdag 16 juni

De volgende dag was zwaar en mooi tegelijk. Het was slechts 16 km naar Sarzana, maar over zeer steile bospaden. Ondanks de zwaarte was het tegelijk een van de mooiste etappes. Via de kleine bospaadjes bereikte ik kleine dorpjes die tussen de bergen ingeklemd liggen. Ik moest er dwars doorheen, door miniscule steegjes. Het was nog vroeg in de ochtend, en overal hingen flarden mist, waardoor het nog mooier werd. Ook was het superstil, een welkome afwisseling na de vorige dag. Toen de mist was opgetrokken werd het al gauw heet. Gelukkig kwam ik rond 12 uur aan in Sarzana, een heel leuk stadje met diverse pleintjes. Hele drommen toeristen! Ik dronk een biertje op het terras en werd al gauw vergezeld door Hugo, die besloot om die dag nog een stukje verder te lopen. Ik nam die middag de trein richting Pietrasanta. Hiermee sloeg ik 36 km door vreselijk industriegebied over drukke asfaltwegen over, iets dat in mijn gids werd aangeraden. De oorspronkelijke route van de VF is bijna verdwenen, en ligt eigenlijk nog het dichts bij de huidige spoorlijn, nog een reden om de trein te nemen. Julien en Karen deden hetzelfde, en we sliepen ’s avonds in een kleine ruimte met nog drie pelgrims.

Vrijdag 17 juni

Vrijdag was een speciale dag. Frank en Martijn, twee goede vrienden, waren de vorige avond in Pisa geland, en liepen die dag met me mee naar Lucca! Om 7:30 haalde ik ze van het station van Pietrasanta. Na Frank en Martijn te hebben ingewijd in het dagelijkse cappucino-en-brioche-ritueel, gingen we op pad naar Lucca. Niet niks:  32 km. Ze liepen ontzettend goed, en sneller dan ik. Ik moest hen bijhouden, niet andersom. Het weer hielp gelukkig mee, het was niet heet door een flinke wolkenpartij. We liepen door prachtig heuvellandschap, met uitzicht over de uitlopers van de Apennijnen. Erg gezellig om samen te lopen! Om 16:00 kwamen we in Lucca aan, alle drie moe maar voldaan, en zonder blaren. We sliepen in het jeugdhostel van Lucca, gesitueerd in de oude bibliotheek. ’s Avonds hebben we heerlijk pizza gegeten, plus een gelato.

Zaterdag 18 juni

Ik had al sinds Besançon geen rustdag meer gehad, en Lucca leek me de ideale plek. Frank en Martijn hadden geen problemen met een dagje relaxen in plaats van lopen, helemaal na de 32 km. Die dag hebben we heerlijk rustig de stad bekeken, koffie en bier gedronken, torens beklommen en kerken bekeken. Lucca is echt schitterend, klein van formaat en met de stadsmuren intact. De muren zijn heel breed en bovenop is een boulevard aangelegd waardoor je prachtig rond de stad kunt lopen. ’s Middags hebben we een rondleiding gehad in de muren, heel interessant. De ruimtes waren pasgeleden hersteld, en wij waren een van de eerste toeristen die werden rondgeleid. Eind van de middag gingen we een biertje drinken bij het hostel, waar een groot feest aan de gang was. Mijn medepelgrims waren inmiddels ook gearriveerd. En daarna uiteraard weer met zijn drieën uit eten geweest, in hetzelfde restaurant als de vorige avond.

Zondag 19 juni

Frank en Martijn gingen zondag helaas alweer terug naar Nederland. Na ze uitgezwaaid te hebben kwam ik de groep tegen (zie boven) die toevallig samen liepen. Het was maar een klein stukje naar Altopascio. De route was niet heel mooi, maar door het gezelschap was dat geen probleem. Eenmaal in Altopascio moesten we eerst twee uur wachten voor de kerk voordat iemand ons binnen kon laten in het ostello. Altopascio is een plek vol geschiedenis. De ridders van de Orde van de Tau hebben er eeuwenlang de pelgrims naar Rome en Jeruzalem beschermd en onderdak geboden. Overal waren nog oude resten te zien. Matteo en Erica hadden het briljante idee om een picknick te houden in het parkje vlakbij. Zo gezegd, zo gedaan: we hebben heerlijk gegeten met brood, mortadella, salami, parmigiano, pecorino, salade, nootjes en natuurlijk wijn. De parmigiano was ongelooflijk lekker, mamma mia.

Maandag 20 juni

Van Altopascio verder naar San Miniato Alto. Ik liep met Karen, Erica en Matteo. Het was weer een prachtige dag, niet te heet en door lieflijk landschap. Op het laatst was het flink stijgen om San Miniato te bereiken. We overnachtten in het Hospitale del Pellegrino, gerund door een echtpaar dat graag wat terug wilde doen na goede ervaringen op weg naar Santiago. Het was een oude boerderij, met een gigantische keuken met ook een gigantische tafel. We sliepen met zijn allen in een kleine kamer met vier stapelbedden. In het ostello waren ook twee Italiaanse dames. Deze dames doen slechts 10 km per dag, waarvan 5 met de bus (hahaha). Ze waren er zelf heel serieus over en vonden zichzelf echte pelgrims. Toen iemand zei dat we uit Altopascio kwamen, zeiden ze heel trots: ‘wij ook!’ Maar dan wel gisteren. Die avond hebben we met 15 man gegeten aan de grote keukentafel, pasta, salade en crème caramel. Gezellige boel. Voordat we naar bed gingen zei de gastheer dat we nog even naar buiten moesten komen. Daar bleken honderden vuurvliegjes rond te zoemen, prachtig gezicht! Toen snel naar bed in het kleine hok (wel goede bedden trouwens).

Dinsdag 21 juni

Gisteren liepen we naar Gambassi Terme en het Ostello Sigerico. De ochtend was heerlijk koel, maar ’s middags werd het bloedheet! 35 graden. We liepen door het Toscaanse landschap zoals je dat waarschijnlijk in je hoofd hebt. Heuvels, wijngaarden, lavendel, hier en daar een villa of dorpje, slingerende paden. Geweldig, maar ik kon er iets minder van genieten door de hitte. Daarom is de ochtend altijd het beste moment van de dag. Dan hangt er nog een sluier over het landschap en is alles mooier. Na veel zweten bereikten we het hostel rond 14:30. Het was weer een magische plek, in een oude abdij waar Sigeric ooit ook de nacht heeft doorgebracht, met een olijfgaard De slaapplaats zelf was in een klein huisje. ’s Avonds hebben we gegeten in het ostello: pasta, varkensvlees, salade en een appel als toetje. We waren met een stuk 20 man, veel nieuwe pelgrims (vooral Fransen). Na het eten bood de eigenaar aan om ons een rondleiding door de kerk te geven! In de prachtig verlichte kerk uit 1187 vertelde hij ons alles over de geschiedenis en kunstgeschiedenis van het gebouw. Geweldig, ik viel weer met mijn neus in de boter.

Woensdag 22 juni

Vandaag hebben we slechts een klein stukje (15 km) gelopen naar San Gimigniano, een geweldig stadje. Ik ben er vroeger al op vakantie geweest. Toeristisch, maar niet voor niets. Het staat bekend om zijn vele torens, die zijn gebouwd door elkaar beconcurrerende families. We slapen in het klooster van San Girolamo. Vanavond gaan Matteo en Erica weer pasta maken. Straks een biertje drinken in het centrum. En… het schijnt dat de opera La Bohème van Puccini vanavond wordt gespeeld. Begint om 21:00 uur. Aangezien we om 5:30 vertrekken twijfel ik nog of ik zal gaan, maar ik wil het eigenlijk niet missen! Afzien wordt het toch, met 25 km op het programma naar Monteriggioni.

Vrijdag naar Siena, eindelijk! Ik kijk er al sinds Canterbury naar uit. Ik overnacht vlakbij de Piazza del Campo, en blijf een nachtje extra voor ik verder trek. Zin in!

Tot de volgende,

Bas

 

 

 

Dag 64 - Pontremoli

Via Francigena – 14 juni 2016

Blog 9

Borgofranco d’Ivrea – Pontremoli

1400/1913 km

Ik heb alweer een tijdje niets van me laten horen, dus hoog tijd voor een nieuwe blog! Ik heb ondertussen alweer vanalles meegemaakt, het is een lange. Het weer is hier over het algemeen goed, in de ochtend rond de 20 graden maar ’s middags is het behoorlijk heet. Graadje of 28. Vaak hangt er sluierbewolking, ik heb nog geen compleet wolkenloze dag meegemaakt (en dat wil je ook niet als pelgrim).

Donderdag 2 juni

Na een goddelijk ontbijt geserveerd door Anna Maria en Matteo, mijn gastvrouw en –heer, ging ik op pad naar Santhià. Het was een lange etappe, zo’n 32 km. Onderweg werd ik door een voorbijganger gewaarschuwd dat ik in het muggengebied terecht was gekomen en het zwaar zou krijgen. Ergens halverwege kwam ik Karen weer tegen, en ontmoette ik Laura, een Italiaanse van eind -20 die in een lang weekend een paar etappes van de VF liep. Vlakbij het eindpunt kwamen we elkaar weer tegen. Laura sprak Engels, en die avond in het restaurant hebben Karen, Laura en ik gezellig samen gegeten. Het was die dag een feestdag, de Italiaanse Republiek bestond precies 70 jaar. Daarom was er in de kerk in Santhià (prachtig plaatsje) een concert van het lokale harmonieorkest, dat helaas niet goed speelde maar wel voor sfeer zorgde. Ze speelden filmmuziek van Ennio Morricone.

Vrijdag 3 juni

Op donderdag was ik er al een paar tegengekomen, maar nu begonnen ze pas echt: de rijstvelden. De Povlakte staat er bekend om. Zo’n beetje alle goede risottorijst komt uit deze regio. De route naar de grote stad Vercelli liep er dwars doorheen. Het was heet en vochtig, en de insecten zoemden om me heen en landden zo nu en dan op een lichaamsdeel. Het rook een beetje naar de zee, maar dan zonder de frisheid. Kikkers plonsden in het water. Af en toe werden de rijstvelden afgewisseld door een ‘cascina’, een groepje boerderijen. Na een pittige tocht en een uur in Vercelli te hebben gedoold werd ik ontvangen door een groepje ontzettend vriendelijke en gastvrije vrijwilligers in een gloednieuw ostello (= hostel voor pelgrims). In het ostello ontmoette ik Astrid, een struise Duitse dame. Ik had al over haar gehoord van Julien en Karen. Ze rookt als een ketter en is heel aardig. Ze begint vaak ’s ochtends om 06:00 met lopen. Langzaamaan kwamen ook Julien, Karen, Laura en nog wat andere pelgrims binnendruppelen. Na met een groepje bier te hebben gedronken op het plein gingen we aan het diner, verzorgd door het ostello. Ons was verteld dat we een ‘cena semplice’, sober diner, zouden krijgen. Wat volgde was werkelijk ongelooflijk en fantastisch: het zouden maar liefst 11 gangen worden! De kokkin was een echte Italiaanse ‘nonna’ (oma), en er waren naast wij pelgrims ook nog vrienden van de vrijwilligers op bezoek. Hier komen de gangen.

1. Bollito misto (soort stoofvlees) 2. Ricotta en spinaziequiche 3. Risotto con funghi (goddelijk) 4. Stoofvlees met doperwten en salade 5. Artisjokken-quiche 6. Stuk vlees (afgeslagen, dus geen idee) 7. Kaas uit de regio 8. Aardbeien met ijs. 9. Chocolade- en koffiecake met rum 10. Koffie 11. Walnotenlikeur.

Dit alles met de nodige witte wijn. Werkelijk Italië zoals het bedoeld is. Ik voelde me ontzettend verwend. Ik kreeg overigens dubbele porties omdat ik van de dames goed moest eten. Ik stond werkelijk op knappen. Wat een geweldige avond!

Zaterdag 4 juni

De volgende ochtend ging ik na een ontbijt met het toetje van de vorige avond (yes!) op pad naar Mortara, 32 km. Weer over de rijstvelden, minder heet maar heel vochtig. Ik liep over een dijk, bijna een Nederlands tafereeltje. Met een paar koffiepauzes arriveerde ik in Mortara om een uur of 5, behoorlijk afgepeigerd. Ik overnachtte in de abdij van Sant’ Albino, een oeroude abdij gesticht door Karel de Grote na een grote veldslag tegen de Longobarden in de 8e eeuw. Er was net een bruiloft aan de gang. Het was zo’n idyllisch gezicht, al die mensen in mooie kleren, bloemen, oldtimer voor de deur, zachte pianomuziek, dat ik me afvroeg of ik wel goed was. Maar ja hoor, Julien, Karen en Astrid waren er ook. We sliepen op veldbedden een hal. De vrouw die ons ontving was een pittige, praatgrage Italiaanse, de opzichter van de parochie. Ze was geïrriteerd want de bruiloft duurde te lang. Later kookte ze heerlijk eten voor ons en vertelde ze ons over de geschiedenis van de abdij. De kerk had de resten van twee ridders van Karel de Grote, die tijdens de genoemde veldslag waren gestorven. Vanwege een legende over deze resten (te lang om te vertellen, zoek het op!) was de kerk in de middeleeuwen al een pelgrimsoord. In de kerk waren nog inscripties te zien van deze pelgrims! Heel bijzonder hoe goed alles bewaard was gebleven. Je voelde de geschiedenis om je heen.

Zondag 5 juni

Zondag ging de reis naar Gropello Cairoli, op zo’n 26 km afstand. Ik liep samen met Laura en Karen. Nog altijd door de rijstvelden. Heel heet. Laura nam onderweg afscheid, ze moest de volgende dag weer aan het werk in Milaan en doet de VF in etappes. ’s Avonds hebben we de mis bezocht. We sliepen bij de parochie. Het diner was een zelfgemaakte (er was een keukentje) pasta met tomatensaus, altijd lekker!

Maandag 6 juni

Ik stond vroeg op en was om 06:30 op pad. Na de gebruikelijke cappuccino met een brioche (gevulde croissant) liep ik naar Pavia, een korte etappe van maar 15 km. Eigenlijk een soort rustdag dus. Ik liep langs de rivier en arriveerde al om 11 uur, heerlijk! Ik dronk een kopje koffie met Julien en Astrid, die die dag een stuk verder gingen, en heb heerlijk gerelaxt in het hostel. Karen kwam ’s middags ook aan, en we hebben gezellig een aperitivo gedronken en ‘s avonds pizza gegeten. Ik heb het centrum vluchtig bekeken, ik had niet veel puf om musea in te gaan. Pavia is een hele mooie stad!

Dinsdag 7 juni

De volgende dagen hadden Karen en ik dezelfde overnachtingsplaatsen. Dinsdag was dat Santa Christina e Bissone, 25 km. Een van de warmste dagen tot nu toe. Het was weer een dag over de rijstvelden. In Santa Christina sliepen we bij de parochie. Daar sliep ook Paolo, een vreemde Italiaan die op de fiets van Rome naar Zwitserland ging. Mobieltjes waren ‘van Satan’ en hij hield hele preken over hoe slecht de maatschappij wel niet was. Hij liep steeds in zijn onderbroek rond. In zijn slaap mompelde hij voortdurend vanalles. Karen zei: ‘he’s a troubled soul’, en dat is waarschijnlijk de beste omschrijving.

Woensdag 8 juni

Cappuccino en brioche achter de kiezen, op naar het plaatsje Orio Litta vlakbij de rivier de Po. Slechts een kilometer of 17. Onderweg trof ik overal VF-tekens: het pelgrimpje met knapzak en stok. Op de dijk naar Orio Litta waren zelfs marmeren platen in de grond met het logo. Dit komt doordat ik steeds dichter bij de Po kwam en daarmee bij de ‘Transitum Padi’: de traditionele VF-oversteek van de Po! Sigeric, de ‘vader’ van de route moet het ook zo hebben gedaan. Dat stond voor morgen op de planning. In Orio Litta werd ik ontvangen door de burgemeester, in een hostel met alles erop en eraan. Ik had een kamer in een oude toren. De burgemeester (hele vriendelijke man) nodigde Karen en mij uit om ’s avonds naar het concert van de schoolkinderen van het dorp te komen, ter ere van de laatste schooldag. Daar zeiden we natuurlijk geen nee tegen! Het concert was in een luxe villa uit de 18e eeuw. Het was een hele belevenis, de kinderen zongen allerlei liedjes en speelden blokfluit. Ontzettend leuk om alle trotse gezichten van de ouders te zien. Buiten onweerde het nog een beetje, dat gaf extra sfeer.

Donderdag 9 juni

We liepen rond 8:00 naar de Po om daar op Danielo, de kapitein, te wachten. Om 9:30 kwam hij, in zijn kleine bootje genaamd ‘Sigerico’. We staken over met twee fietsers en een stel Fransen. Wat was het geweldig om op het water te zijn, heerlijk! Het tochtje duurde een kwartiertje. Eenmaal aan de andere kant werd mijn goede humeur verstoord doordat ik door een wesp werd gestoken! Zomaar, uit het niets. Gif eruit gezogen, verder niks aan de hand (dacht ik toen). We kregen een prachtige stempel in onze credenziale van Danielo, en ik ging verder naar de grote stad Piacenza. Piacenza heeft een prachtig centrum, waar ik een plaatselijke ‘piadina’ (soort sjieke panino) heb gegeten als lunch, met bier. Goddelijk! Ik heb nog even in de stad rondgelopen en ging toen naar Montale, een klein dorpje net buiten de stad waar het ostello was. Onderweg sprak een mevrouw me aan, en nodigde me uit voor een drankje op het terras op haar kosten. Ze bleek Frans te zijn, en we hebben in het Frans over vanalles en nog wat gepraat. Wat bleek: ze had jarenlang als gids in Rome gewerkt! Het was haar droom om eens de Via Francigena te doen. Deze plotselinge ontmoetingen zijn het allerleukst. ’s Avonds aten Karen en ik pizza met de Duitser Raimund, een stugge, stille man die 40 km per dag loopt. Die zal ik wel niet meer tegenkomen.

Vrijdag 10 juni

De volgende dag ging de route over een drukke autoweg, de Via Emilia. Ooit was dit een Romeinse weg. Helaas waren er weinig andere opties. ’s Nachts had ik onbewust gekrabd aan de wespensteek, en mijn hand was helemaal dik geworden. Dus liep ik met mijn linkerhand boven mijn hart. Het jeukte verschrikkelijk. Om een uur of 2 in de middag kwam ik aan in Fiorenzuola d’Arda, de bestemming van die dag. Ik kon pas om 15:30 terecht bij de parochie, dus tja, er zat niks anders op dan op het terras te gaan zitten. Die avond was het weer tijd voor pizza. Karen had gelukkig wat medicijnen tegen de dikke hand en het jeuken.

Zaterdag 11 juni

Nog altijd met de linkerhand omhoog liep ik de volgende dag naar Costamezzana, een gehucht. De Povlakte en de rijstvelden lagen nu achter me, het volgende obstakel waren de Apennijnen. Het was al redelijk stijgen en dalen. Onderweg ontmoette ik een Italiaans stel van rond de dertig, Matteo en Erica. Ze waren als huwelijksreis naar Santiago gelopen, en nu lopen ze in twee weken een stukje VF van Fidenza naar Siena. Hartstikke aardig. Ze sliepen ook in Costamezzana in het ostello. In het dorp wordt de enige bedrijvigheid gevormd door het ostello en een trattoria/bar. De trattoria/bar wordt gerund door Oliviero, een geweldige gastheer die ons ’s avonds een werkelijk verrukkelijke pasta voorschotelde.

Zondag 12 juni

Na ontbijt bij Oliviero, en uitgebreid afscheid, liepen Karen, Matteo, Erica en ik samen naar het dorpje Sivizzano. Het regende die ochtend behoorlijk. Het was heel gezellig om samen te lopen en te pauzerend(3 keer voor koffie gestopt). ‘s Middags werd het heel warm, en het laatste stuk was weer zwaar. In Sivizzano sliepen we in een ostello in een oud klooster uit 1098. De bedden waren opgesteld in een lange gang, alles heel goed voor elkaar en heel schoon. Er was ook een keuken. Later voegde de Vlaming Hugo ons bij zich, hij loopt van thuis naar Rome. Matteo had onderweg zomaar 20 euro gevonden, en die hebben we goed besteed bij de plaatselijke bar! Matteo en Erica hebben daarna een heerlijke pasta gekookt.

Maandag 13 juni

Ik vertrok als eerste om 6:30. Op het programma stond 30 km naar het Ostello della Cisa, vlak voor de Passo della Cisa op zo’n 1000 meter hoogte (pas over de Apennijnen). Dit was een van de zwaarste etappes, vanwege het hoge stijgingspercentage, en omdat na veel stijging vaak weer een daling kwam, waardoor de stijging opnieuw moet. In Berceto, op 8 km van het ostello, begon het in de verte te onweren en pakten donkere wolken zich samen, dus ben ik als een malle gaan lopen (ik was uiteraard koffie aan het drinken). Vlak voordat de grote bui losbarstte was ik gelukkig binnen. Daar zit ik nu te schrijven, ik had mijn eigen kamer, yes! Julien en Astrid waren er ook, tot mijn grote verrassing. Heel gezellig.


Dinsdag 14 juni

Vandaag was een redelijk makkelijke etappe, 20 km dalen over een goede weg. Nu ben ik in Pontremoli, een mooi oud middeleeuws stadje. Er zijn hier 9 pelgrims: drie Italianen (Matteo en Erica en Giuseppe) Hugo de Vlaming, Peter de Duitser, Julien, Karen en Astrid. Giuseppe is een dikke gezellige Italiaan uit Calabrië die 40-50 km per dag loopt, en hij gaat vanavond pasta carbonara maken....mmmmmmm

Zo, nu zijn jullie weer op de hoogte! De Eeuwige Stad komt steeds dichterbij...

Tot de volgende!

Bas

 

 

Dag 51 - Borgofranco d'Ivrea

Via Francigena – 1 juni 2016

Blog 8

Saint Maurice – Borgofranco d’Ivrea

1118/1913 km

Ik ben in Italië! Zaterdagochtend ben ik in de sneeuw de grens gepasseerd, via de Grote Sint-Bernhardpas! Ik ben heel blij dat ik er ben. Het is even overschakelen van het Frans naar het Italiaans, maar dat komt vanzelf. De Via Francigena is hier goed aangegeven, en je voelt je hier als pelgrim minder vreemd dan in Frankrijk en Zwitserland. Het is een lange vandaag, veel leesplezier!

Dinsdag 24 mei

De weg van Saint-Maurice naar Martigny was weer heel mooi. De zon scheen en de Alpen lagen in de verte op me te wachten. Ik was al mooi op tijd in Martigny, een sjiek, mooi, schoon en geordend Zwitsers stadje. Die nacht was mijn laatste nacht op de camping. Ik wilde van het gewicht af, en daarnaast zijn er in Italië genoeg overnachtingsplaatsen voor weinig geld. Karen en Julien waren ook op de camping. Ik heb die avond studiewerk afgemaakt en na een pizza ging ik voldaan naar bed.

Woensdag 25 mei

De tocht van die dag ging naar Orsières, op papier slechts 18 km. Het zou helaas een pechdag worden. Bij de ingang van een bospad zat een groepje mensen te picknicken in een overdekt huisje. Ik liep op mijn gemak langs het huisje, toen er plotseling een stuk of 5 honden tevoorschijn kwamen die om me heen renden en blaften. ‘Ze doen niks hoor!’ zei de eigenaresse. Helaas toch wel: eentje beet me in mijn been. Gelukkig was het een klein hondje en dus slechts een kleine beet, maar het bloedde en ik was flink geschrokken. Toch maar gewoon door, het bos in. Op een gegeven moment raakte ik het pad kwijt. Waar ik was leek een pad te zijn, maar dit hield al snel op. Toen ik op mijn telefoon wilde kijken liet ik hem vallen, en hij rolde de steile berghelling af! Dat ook nog. Ik klauterde naar beneden om hem te halen en gelukkig deed hij het nog prima. Toen moest ik weer omhoog. Ik greep een steen vast om me omhoog te trekken, maar deze liet los en rolde naar beneden tegen mijn rechterbeen. Het bloedde flink. De hondenbeet was in mijn linkerbeen, dus beide benen waren nu gehavend. Ik heb zo goed ik kon de wond schoongemaakt, heb een lange broek aangetrokken en ben verder gegaan. Na een paar zware klimmen kwam ik om 16:30 aan in Orsières, in een prima pelgrimsaccomodatie met keukentje. Karen, Julien en ik aten gezellig een bord pasta. ’s Avonds vielen we met onze neus in de boter toen in de kerk gezongen werd. Het plaatselijke koor was aan het repeteren.

Donderdag 26 mei

Het was dinsdag duidelijk geworden dat het moeilijk zou worden om de Grote Sint-Bernhardpas over te gaan. In Martigny werd me sterk afgeraden om het erop te wagen. Alternatief was de bus naar Aosta, vanaf  Martigny of Bourg-Saint Pierre, de laatste stopplaats voor de pas. De bus ging echter alleen op dinsdag en vrijdag. Mijn plan was om naar Bourg-Saint-Pierre te lopen en daar de beslissing te nemen, de bus ging immers toch pas vrijdag. Donderdag dus naar Bourg-Saint-Pierre, een tocht van 15 km over steile berghellingen. Karen en Julien deden hetzelfde. Na enig afzien arriveerde ik begin van de middag. We overnachtten in een soort ski-verblijf, alles van hout. Bij aankomst kreeg ik gelijk goed nieuws: de man van het ski-verblijf zei dat het geen enkel probleem zou zijn om te voet de pas over te gaan, aangezien het weer goed was en de volgende dag zo zou blijven. Toen begon het aardig te kriebelen (dat deed het al bij de aanblik van de sneeuwtoppen en de gedachte dat Italië zo dichtbij was). Ik liet alles afhangen van het telefoontje naar het Hospice du Grand Saint-Bernard, het (religieuze) pelgrimsverblijf op de top van de pas dat al meer dan 1000 jaar bestaat om reizigers over de pas onderdak te bieden. De broeder aan de telefoon zei dat er altijd gevaar bleef van lawines, maar dat het te doen was als we voorzichtig deden en goed opletten. Julien en ik besloten om het erop te wagen, Karen zou de bus nemen omdat ze zich niet 100 procent voelde.

Vrijdag 27 mei

Aldus vertrokken Julien en ik om 7:30 voor onze reis naar de top, op 2400 meter. Het begon heel steil maar o zo mooi! Het weer was glorieus: de ochtendzon scheen op de bergen. Tot ongeveer halverwege was er niets aan de hand. Toen moesten we een stuk door de sneeuw ploeteren. Aangezien het pad volledig was ondergesneeuwd, besloten we iets verderop om op de autoweg te gaan lopen, die al sneeuwvrij was gemaakt. Het was trouwens niet echt koud, graadje of 6/7 denk ik. Na 5 km over de steile weg omhoog, tegen de wind in, zagen we het Hospice liggen! Geweldig gevoel. Eenmaal aangekomen werd er net geluncht, we kregen een kop mierzoete thee en mochten onze eigen lunch aan tafel opeten. Na de lunch dronken we een biertje om het te vieren. Het Hospice is een geweldige plek met veel geschiedenis. De pas wordt al door de Romeinen genoemd, maar sinds de 11e eeuw staat er een pelgrimsverblijf. De broeders boden overnachting, voedsel en ziekenzorg aan de pelgrims, en stuurden patrouilles om op zoek te gaan naar pelgrims die vast zaten in de sneeuw (later met Sint-Bernardhonden!). Lange tijd stond er een mortuarium, voor pelgrims die waren overleden aan ziekte of vermoeidheid. Toen we net gearriveerd waren begonnen de Zwitsers met het opwekken van lawines, door met helikopters explosieven op de berghellingen te gooien. Ik denk om het gevaar voor te zijn (de weg was nog niet officieel open, pas op 1 juni). Na een heerlijk dutje gingen we eten. Er bleken een stuk of 10 andere pelgrims te zijn (waaronder Marius en Rita, de Nederlanders), en het was heel gezellig en lekker.

Zaterdag 28 mei

Die ochtend werden we om 7:30 gewekt door zachte luitmuziek door de speakers. Na ontbijt met de pelgrims gingen Julien en ik samen op pad, de eerste stappen in Italië, met bestemming Aosta. Het was erg mistig, het zicht was ongeveer 10 meter. Daar kwam nog bij dat ongeveer een kilometer van de weg nog volledig was ondergesneeuwd (de Italianen zijn iets minder snel dan de Zwitsers). Desondanks waagden we het erop. Soms stonden we tot onze knieën in de sneeuw. Een Oostenrijks echtpaar liep met ons mee. Na ongeveer een uur werd de sneeuw steeds minder en konden we over de paden verder Italië in. Het uitzicht was spectaculair! Al gauw werd het warm en moest ik lagen kleding uittrekken. De 28 kilometer naar Aosta was 2000 meter dalen, door zeer afwisselend landschap en prachtige Alpendorpjes. De wind waaide hard. Ik kwam rond 17:30 afgepeigerd aan in Aosta. Bij het Office du Tourisme regelde ik een overnachting bij de parochie, maar dat was weer een halfuur lopen. Dat kon er ook nog wel bij! Het bleek een prachtige kamer te zijn, met een aangrenzende badkamer. Ik ging nog even de stad in voor een pizza. Aosta is werkelijk schitterend, en boordevol toeristen. Het was om 9:00 nog 20 graden. Ik heb buiten een pizza gegeten. Wat een contrast met de sneeuw van die ochtend, het was bijna een andere wereld.

Zondag 29 mei

Helaas was het mooie weer de volgende dag totaal verdwenen en regende het hard. Ik moest 28 km afleggen naar Chatillon. Het was één van de zwaarste dagen tot nu toe, hoewel de route weer prachtig was. Mijn benen waren nog moe en de regen was vermoeiend. Met een lange lunchpauze kwam ik pas om 19:00 aan in Chatillon, een nieuw record. Ik was nog niet zo moe geweest. Helaas was het verblijf dat ik had geregeld bij de Kapucijner monniken heel basic, zonder verwarming en niet schoon. Alles mijn spullen waren nat, en zonder verwarming werd het niet droog. Ik ben wat gaan eten (pizza) en ging maar gauw naar bed.

Maandag 30 mei

De volgende dag liep ik naar Verrès. Ik voelde me inmiddels zo vermoeid dat ik had besloten om de komende dagen slechts korte etappes te lopen van max 18 km. De tocht was heel erg mooi. Het is hier in het Aostadal erg fijn lopen, want alles is prima aangegeven en de paden zijn goed bijgehouden. Veel stijgen en dalen. Je kijkt voortdurend uit over het dal en de bergtoppen aan de andere kant. Ondanks de korte afstand van 18 km was het toch zwaar. De Alpen eisten hun tol, bleek wel. In Verrès sliep ik in een prima jeugdherberg, en at ik (jawel) weer een pizza. Vroeg naar bed.

Dinsdag 31 mei

Gisteren liep ik naar Pont-Saint-Martin, weer 18 km. Het weer was bewolkt. Hoogtepunt van de dag was het lopen over een prachtig stuk Romeinse weg, met karresporen. Daar hebben al die eeuwenlang honderdduizenden pelgrims over gelopen. Ik had de hele weg lang hoofdpijn, wat de tocht er niet makkelijker op maakte. Rond 14:00 kwam ik aan, en ging ik op zoek naar het ‘Ostello’ voor pelgrims van de VF. Pont-Saint-Martin dankt zijn naam overigens aan de 2000 jaar oude Romeinse brug die nog altijd intact is.  Een zeer praatgrage Italiaanse vrouw gaf me 10 velletjes om in te vullen en wees me naar mijn kamer in een heel mooi en schoon hostel. Toen ik een dutje had gedaan was Karen inmiddels aangekomen! We hebben ’s avonds gegeten in een pizzeria (pizza nr. 4) en het over Europese geschiedenis en Amerikaanse politiek gehad. Ik knapte gelukkig erg op van het eten.

Woensdag 1 juni

Ik had gehoord dat er een goede en goedkope BnB op zo’n 15 km van Pont-Saint-Martin was, en om bij te komen leek me dat een goed plan. De wandeling was een makkie, en de BnB in Borgofranco is inderdaad geweldig. Daar zit ik nu heerlijk uit te rusten. Misschien doe ik nog een rustdag, maar ik voel me eigenlijk al weer goed genoeg om verder te gaan. Straks eten in de plaatselijke ‘osteria’. Morgen naar Santhià.

Ik denk dat de vermoeidheid te maken had met de fysieke inspanning van de Alpen, maar ook met het feit dat ik al die tijd naar de Grote Sint-Bernhardpas had toe geleefd. Nu zit ik weer in een compleet nieuw gedeelte, en Rome is nog altijd ver. Het is weer even aanpassen aan een nieuwe omgeving. Maar nog altijd tref ik alleen maar aardige, gastvrije mensen. Soms spreek ik iemand aan de telefoon en lijkt die persoon onaardig, maar als ik ze vervolgens ontmoet blijken ze heel hartelijk te zijn. Ik heb op deze tocht inmiddels geleerd dat je altijd moet uitgaan van iemands goede wil. Anders doe je niet alleen jezelf tekort, maar ook de ander.

Tot de volgende!

Bas

Dag 42 - Saint Maurice

Via Francigena – 23 mei 2016

Blog 7

Besançon – Saint Maurice

920,5/1913 km

Frankrijk ligt achter me, ik ben halverwege Zwitserland en ook ongeveer halverwege Rome! Zwitserland is weer een heel nieuwe ervaring. Het is een duur land, maar de mensen zijn heel vriendelijk, netjes en geordend. Alle voorzieningen zijn goed voor elkaar, en nergens zie je armoede (dit zal een vertekend beeld zijn, maar zo ben ik het tegengekomen). En dan hebben we het nog niet eens over de prachtige natuur gehad, en de alom aanwezige frisse berglucht. Ik ga Frankrijk missen, maar het is wel een verademing om nu door dorpjes te wandelen waar nu eens niet alle winkels dicht zitten en je gewoon een kopje koffie kunt drinken.

Maandag 16 mei

Vorige week maandag vertrok ik uit Besançon na de vorige dag de stad te hebben bezocht. Het is een mooie stad met veel allure, maar helaas vielen de musea een beetje tegen. De citadel is wel de moeite waard om te bezoeken! De bestemming van maandag was het dorp Ornans. Om uit Besançon te komen moest een zeer steile heuvel beklommen worden.  Na een mooie tocht kwam ik uit in een toeristisch dorpje, zo’n beetje hoe je je een Frans dorpje voorstelt (boulangerie, oude mannen die petanque spelen, marktje, riviertje). Ik stond op de camping. ’s Avonds kwam ik Julien en Karen tegen die ook op de camping stonden in een chalet, en we hebben gezellig samen gegeten (en gedronken).

Dinsdag 17 mei

De volgende dag ging de reis naar Mouthier-Haute Pierre. Deze dag was een van de mooiste dagen tot nu toe. Het weer was perfect (20 graden, zon, briesje) en de route liep door een prachtige vallei langs een riviertje. Ook was hij lekker kort, maar 16 km. Het kostte totaal geen moeite om te lopen, het was als een wandelingetje in het park. Wonder boven wonder kwam ik een Nederlands echtpaar tegen dat ook naar Rome loopt, Marius en Rita. Het was fijn om even ervaringen uit te kunnen wisselen in het Nederlands, en ik zal ze gelukkig nog vaker tegenkomen (in dit blog ook al). Ik klopte in Mouthier, alweer een ongelooflijk schilderachtig dorpje, aan bij madame Brillon in de ‘Grande Rue’ (een heel smal straatje haha), bij wie ik een overnachting had geregeld. Ze was zelf aan het werk, maar had de deur opengelaten en ik kon zo binnenwandelen. Ik had de keuken tot mijn beschikking. Madame Brillon en haar man kwamen rond 17:00 thuis, en haar man ook. Ongelooflijk aardige mensen weer. ’s Avonds hadden ze plannen en was ik alleen thuis, ze vertrouwden me volkomen!

Woensdag 18 mei

De volgende ochtend ontbeten we gezellig met zijn drietjes, en aangezien ze allebei moesten werken stond ik om 7:30 buiten. Het was een schitterende ochtend, de zon scheen op de bergen. ’s Ochtends lopen is echt heerlijk. Je bent nog volledig fris, alles is rustig en de hele dag ligt nog voor je. Ik was al om 14:30 in Pontarlier, een stad die helaas een beetje tegenviel. Het is de op één na hoogstgelegen stad van Frankrijk, maar het is niet mooi gesitueerd ofzo. Je moet eerst door een gigantisch industrieterrein voordat je het redelijk saaie centrum binnenloopt. Het kan niet altijd mooi zijn natuurlijk. De camping was prima, ik heb lekker pizza gegeten met als ‘digestif’ een glaasje absinthe (waar Vincent van Gogh verslaafd aan was) terwijl het onweer buiten losbarstte.

Donderdag 19 mei

Helaas regende het de hele nacht en ook ’s ochtends nog, dus de tent moest nat worden afgebroken en ingepakt. Net als na Besançon begon de tocht weer met een stevige klim, met dit verschil dat het deze keer niet bij één klim bleef. Terwijl de regen langzaam veranderde in miezer, en weer terug in regen, beklom ik de heuvels/bergen van de Jura, langs groene weiden en door bossen met gigantische bomen. Ik bereikte rond 16:00 het plaatsje Les Hôpitaux-Neufs, een skioord vlakbij de grens, waar ik weer op de camping stond. Godzijdank brak ’s avonds de zon door! ‘Dat hebben we wel nodig’, zei de campingeigenares. Nou en of!

Vrijdag 20 mei

Al snel kwam ik de volgende ochtend Marius en Rita weer tegen. We liepen samen verder en zijn samen de grens overgestoken! Hier geen vlagvertoon of oude douanegebouwen, maar een simpele grenssteen en een informatiebordje. Zo simpel, terwijl over precies die weg zoveel legers zijn getrokken. Het weer was weer omgeslagen naar 20 graden met zon. Eenmaal in Zwitserland viel het direct op dat de wandelpaden veel beter zijn en alles netjes is. Na de lunch ging ik weer zelf verder, richting Orbe. Ik liep door de vallei van de gelijknamige rivier, over een prachtig pad. Af en toe flink klimmen. Nadat ik uit de vallei was gekomen kwam ik op een uitgestrekte ‘vlakte’ terecht  - tussen aanhalingstekens omdat het slechts gezichtsbedrog was – met aan de horizon de besneeuwde toppen van de Alpen! De Mont Blanc was zelfs te zien. Heel indrukwekkend.

Zaterdag 21 mei

Na weer een nacht op de camping begon ik zaterdag aan de lange etappe naar Lausanne, en het meer van Genève. Ook dit was een van de mooiste tot nu toe. Heel afwisselend, door velden, bossen en over (soms pittige) heuvels. Rond 11:00 zag ik op de kaart dat er een golfclub nabij was, met een restaurant. Ik zag een kans en liep ernaartoe. De parkeerplaats stond vol met dure auto’s. Ik werd een beetje vreemd aangekeken door alle Zwitsers in rode broeken en met een wijntje in de hand, maar ik heb een goddelijk kopje koffie gedronken in de zon. Dat was bijna onvoorstelbaar geweest in Frankrijk! Ik bereikte Lausanne rond 15:30, waarna ik nog anderhalf uur door de stad moest lopen naar de Auberge de Jeunesse. Dit jeugdhostel was super schoon en van alle gemakken voorzien, met een heerlijk diner (4 gangen-menu voor 10 euro!) en ontbijt inbegrepen. En ja hoor, daar kwamen Julien en Karen weer binnengelopen! Die nacht sliep ik in de slaapzaal, met twee andere jongens. Eentje lag helaas gigantisch te snurken, de geluidsgolven drongen helaas door mijn oordopjes heen.

Zondag 22 mei

Na een uitgebreid ontbijt (met tiramisù van de vorige avond) ging ik op pad naar Villeneuve. Deze etappe ging alleen maar langs het meer, met prachtig uitzicht! Het was weer warm. Langs het meer was het feest, overal waren kraampjes, kiosken, en overal zaten mensen te picknicken. Heel gezellig en zomers sfeertje. Allemaal vrolijke, blije mensen die rustig over de kade flaneerden. Ik voelde me een beetje slonzig bij al die Zwitsers in hun ‘Sunday best’. Montreux was ook een hele belevenis, met gigantische hotels en casino’s aan het water. Na veel pauzeren in de zon kwam ik rond 17:00 aan op een leuke camping. De receptionist waarschuwde me dat ik maar snel de tent op moest zetten, want het zou gaan regenen, en helaas had hij gelijk.

Maandag 23 mei

Het regende de hele nacht, en het zou de hele dag blijven regenen. Ik liep naar Saint Maurice, 25 km ten zuiden van Villeneuve. De route ging eerst langs een spoorlijn, vrij saai (de regen hielp ook niet). Daarna werd het flink stijgen en dalen. Ik liep aan de rand van een vallei met aan weerszijden indrukwekkende besneeuwde bergtoppen. Onderweg kwam ik een pelgrim tegen, Lothar. Lothar is een gezellig dikke Duitser van ergens in de 50, die in Mainz was begonnen. Hele aardige kerel! Ik zal hem nog wel vaker tegenkomen. Om 17:00 kwam ik aan in Saint Maurice, waar ik een overnachting had geregeld bij de Foyer Franciscaine, een religieus gasthuis, maar dit betekende helaas niet een bijbehorend laag prijskaartje voor pelgrims. Ik heb een prachtige kamer, en heb net lekker gegeten met de andere gasten. Morgen door naar Martigny.

De Grote Sint-Bernhardpas komt steeds dichterbij, maar helaas zijn de vooruitzichten niet best. Ik zie het nog even aan, maar waarschijnlijk is het te gevaarlijk om te voet over de pas te trekken (pelgrims die een week voor me zijn, stonden tot in hun dijen in de sneeuw!) In dat geval zal ik een bus of trein moeten nemen.  Ik ga af op het advies van experts. Maar ik blijf stiekem toch hopen dat het lukt!

 

Tot in Italië!

 

Bas

Dag 34 - Besancon

Via Francigena – 15 mei 2016

Blog 6

Mormant – Besançon

726/1913 km

Na Reims heb ik de tweede mijlpaal bereikt: Besançon! Nog een paar dagen, dan ga ik Frankrijk verlaten en trek ik door Zwitserland richting de Grote Sint-Bernhardpas. Het duurt nog ongeveer twee weken voordat ik die bereik. Hopelijk is de pas dan begaanbaar en hoef ik de bus niet te nemen. Eerst weer een verslag van de afgelopen week.

Maandag 9 mei

De etappe van Mormant naar Langres (25 km) was behoorlijk pittig, met veel stijgen en dalen. Maar al die moeite werd beloond door het eerste zicht op Langres. Al van ver kun je de stad zien liggen op een heuvel (net als Laon). Vooral de laatste klim naar de stad was heel steil. Net als Laon is Langres een oude Middeleeuwse vestingstad, zeer de moeite waard om eens te bezoeken! Ik stond op een camping binnen de stadsmuren, heel bijzonder!

Dinsdag 10 mei

Omdat de etappe van die dag maar 15 km was, besloot ik om de ochtend te gebruiken om Langres te bekijken. Het was een regenachtige dag, dus perfect voor een museum: Maison des Lumières Denis Diderot. Dit is een museum over de Verlichtingsfilosoof en schrijver Denis Diderot, die de beroemde Encyclopedie schreef. Het museum vertelde zijn levensverhaal, maar ook alles over de Verlichting zelf. Het was heel mooi opgezet, maar helaas was alle info in het Frans en kon ik de aandacht er maar moeilijk bijhouden. Na een uurtje vond ik het wel mooi geweest. Daarna ging ik gauw op pad richting het gehucht Les Archots. Ik had die dag last van een venijnige blaar op mijn linker kleine teen, die tegen mijn andere teen aan schuurde. Ondanks de korte afstand was het daardoor toch even afzien.  Maargoed, rond een uurtje of 5 kwam ik aan. Het gehucht lag prachtig in een open plek in het bos, en de zon scheen door het bladerdak. Onderweg had ik Karen en Julien (Amerikaanse medepelgrims) weer ontmoet, zij sliepen die avond ook in Les Archots. De accommodatie was een chambre d’hôtes met eten en ontbijt, gerund door een dikke Fransman die rookte als een ketter. Het avondeten was werkelijk fantastisch (7 gangen, voor 18 euro!). De kok en gastheer kwam af en toe even uit de keuken om een glas wijn voor zichzelf in te schenken. Geweldige avond gehad.

Woensdag 11 mei

De blaar was die nacht gelukkig een stuk rustiger geworden, dus ik ging de volgende ochtend in goede conditie verder richting Champlitte (25 km). Al snel bleek de route dood te lopen. Ik stond aan de rand van een weiland met prikkeldraad. Op de kaart zag ik wel dat ik bij een pad kon komen door het prikkeldraad over te gaan en een particulier stuk land over te steken. Ik wurmde me onder het prikkeldraad door en kwam al gauw in een open stuk land omringd door bos, met een kudde grazende koeien. Zodra deze koeien me zagen, renden ze op volle snelheid op me af! Ik rennen naar de overkant, die ik gelukkig op tijd bereikte. Dat was toch even schrikken! Nu stond ik weer voor prikkeldraad, maar gelukkig kwam er een boer die me uit het weiland kon laten. Ik kon mijn weg weer vervolgen. Zonder verdere avonturen, maar wel met veel regen, kwam ik rond 3 uur aan op de camping in Champlitte, waar ik lekker heb gegeten en uitgerust.

Donderdag 12 mei

De volgende dag ging ik naar Autet, een klein dorpje op 22 km van Champlitte. Het regende weer veel die dag. Ik kwam rond 16:00 doorweekt aan op de Aire Naturelle, aan de kant van de Saône. Ik had verwacht dat dit een camping zou zijn met sanitair, maar dit bleek niet zo te zijn. Het was een hele mooie plek, heel stil en prachtig aan de waterkant, maar er was niemand in de buurt en er was geen sanitair, niks. Nouja, toch maar de tent opgezet. Ik had voldoende eten voor de avond en ochtend. Het regende de hele nacht door, ik viel pas laat in slaap.

Vrijdag 13 mei

Enigszins gebroken stond ik de volgende ochtend op. Mijn voedselvoorraad was na het ontbijt op, dus moest ik eerst terug naar de supermarkt (3 km terug) voordat ik mijn weg kon vervolgen. Uiteindelijk kon ik 10:30 pas op pad naar Frasne-le-Château. Zonder kleerscheuren bereikte ik het dorpje net op tijd, vlak voordat een onweersbui losbarstte. Ik had een overnachting geregeld bij Marie Grenier, een vrouw van 70 (maar er jonger uitziet), die pelgrims onderdak biedt. Ze woont in een huis uit 1850, met brede houten balken. Toen ik aankwam deed ze deur open met opgestoken haar. De kapper was net bij haar thuis, heel grappig. Terwijl de kapper haar werk afmaakte (ondertussen kletsend) kreeg ik een kopje koffie aan de keukentafel (‘op de kökn’). Daarna wees ze me mijn kamer, die ooit van haar zoon was geweest. Ik genoot nog meer van alle comfort na die Spartaanse nacht aan de Saône. Ook hier was het eten weer goddelijk. Het apéritif was een huisgemaakte bloemenlikeur, en het hoofdgerecht kip uit de oven met aardappeltjes. We hebben gezellig gepraat, ik kon weer lekker mijn Frans in de praktijk brengen.

Zaterdag 14 mei

Na weer een gezellig en lekker ontbijt ging ik vroeg op pad, 8:00. Mevrouw Grenier had nog een lunchpakketje voor me gemaakt, met broodjes, een appel, een yoghurtje en last but not least: een blikje koffie! Ik had de dag ervoor namelijk verteld over mijn koffieverslaving, en hoe moeilijk het soms is om onderweg ergens een plek te vinden om een kopje koffie te drinken. Ik voelde me erg sterk, het lopen ging prima. Moest ook wel, want van Frasne-le-Chateau naar Besançon is 35 km. Het weer hielp ook mee, bewolkt en lekker koel. Geen regen. De eerste 15 km gingen door een mistig bos, heel mysterieus. Na dat bos belandde ik in een dorpje waar de architectuur plotseling anders was dan de dorpjes van daarvoor. Iets meer Zwitsers, hier en daar zelfs een paar houten huizen. Ik leek net een cultuurgrens over te zijn gegaan. Soms was het flink stijgen, je kunt merken dat de bergen dichterbij komen. Het laatste stukje naar het centrum heb ik de bus genomen, dat was me aangeraden door madame Grenier vanwege het drukke verkeer. Madame Grenier had ook de overnachting voor me geregeld in de Foyer des Jeunes Travailleurs, dat in principe alleen onderdak biedt aan jongeren, maar in de praktijk ook aan gezinnen en pelgrims van alle leeftijden. Ik heb een eigen kamertje met badkamer, een stukje uit het centrum. Ik blijf hier twee nachten, om de stad te bekijken.

Het is nu zondagochtend, ik ga zo de stad in. De zon schijnt! Heel gek om te bedenken dat ik Frankrijk binnenkort achter me ga laten. Ik ben nog meer van het land gaan houden. De Fransen op het platteland zijn heel goed voor me geweest. Laat je nooit wijsmaken dat Fransen onaardig zijn. Dat is misschien meer iets van Parijs, en niet van het ‘echte’ Frankrijk van de kleine dorpjes. Ik heb zin in nog meer nieuwe avonturen, en om de bergen in te trekken. Reizen is verslavend!

Tot de volgende update,

Bas

Dag 27 - Mormant

Via Francigena – 8 mei 2016

Blog 5

Châlons-en-Champagne – Mormant

589/1913 km

De dagen vliegen voorbij. Inmiddels zijn papa en mama alweer een tijdje vertrokken. Het is zomers weer en de zon brandt op mijn gezicht. Ik ga ervan genieten, want voor volgende week is helaas veel regen voorspeld. Die warmte is overigens iets wat mama en ik ons maar moeilijk konden voorstellen toen we vorige week zondag uit Châlons-en-Champagne vertrokken.

Zondag 1 mei

Op de Dag van de Arbeid, die in Frankrijk uitgebreid wordt gevierd, vertrokken mama en ik rond 10:00 voor de 25 kilometer naar Coole. Het was die nacht plotseling stervenskoud geworden, bij het opstaan een graadje of 4 gok ik. We kleedden ons warm aan (sjaal, muts, wanten, want zo koud was het!), namen afscheid van papa en maakten ons op voor een barre tocht. De route ging over uitgestrekte akkers, met vooral koolzaad (‘colza’ in het Frans) en geen mens te zien. De wind woei genadeloos, maar door het lopen hadden we het niet koud. Het was zelfs extra gezellig om zo met zijn tweeën de kou te trotseren. We liepen een stuk over een oeroude Romeinse weg. Kaarsrecht, en hij strekte zich uit tot aan de horizon. Natuurlijk hebben we even gemarcheerd. Rond 15:00 sloeg het weer plotseling om. Het zonnetje begon te schijnen en het warmde op! Het laatste stukje werd het zelfs nog warm. Om 17:00 werden we allerhartelijkst in Coole ontvangen door Monique en Jean-Pierre Songy, een stel dat nu 8 jaar pelgrims bij hen thuis ontvangt. We troffen er ook twee andere pelgrims, Julien en Karen, twee dames uit Alaska. We kregen al snel een apéritif, en konden aanschuiven voor het avondeten. Monique en Jean-Pierre stelden hun huis aan ons ter beschikking, we mochten gaan en staan waar we wilden. We gebruikten zelfs dezelfde badkamer als zij zelf. Ik heb zelden zulke hartelijke, gastvrije mensen ontmoet.

Maandag 2 mei

Na de volgende dag nog wat vakantiefoto’s van Monique en JP te hebben bekeken namen we afscheid en gingen we om 9:30 op pad. De etappe was kort die dag, slechts 18 km naar het dorpje Corbeil. Van tevoren leek dit geen grote opgave te zijn, maar niets was minder waar. De zon was al gauw heet, en we moesten verder op de kaarsrechte Voie Romaine, zonder ook maar een spiertje schaduw. De weg was geen asfalt, maar een soort grote kiezels, funest voor blaren. Dit gedeelte over de Voie Romaine naar Corbeil was het meest verlatene, saaie deel van de Via Francigena tot nu toe. Jammer dat mama nu net dat stukje meeliep, maar aan de andere kant heeft ze me door haar gezelschap door over een moeilijk punt geholpen. Die 18 km waren volledig rechtdoor over de kiezels. Om 15:00 kwamen we (relatief laat) aan in het dorpje Corbeil, waar we de salle des pèlerins hadden gereserveerd. Dit was een zaaltje in het gemeentehuis dat ooit als klaslokaal had gediend en waar nu twee veldbedden, een magnetron en een waterkoker stonden. Al gauw kwam de meneer die het zaaltje in zijn beheer had met ons kennismaken, en ’s avonds bracht hij een mand met magnetronmaaltijden, brood, kaas, een fles wijn en een biertje. We hebben zitten smullen. Het was compleet stil in het dorpje, en we genoten van een prachtige zonsondergang.

Dinsdag 3 mei

De veldbedden waren verre van ideaal, we sliepen die nacht beide slecht. Desondanks gingen we met frisse moed om 8:30 op pad naar Brienne-le-Château, waar papa inmiddels op de camping stond. Een etappe van 25 km. Na een laatste paar kilometer op de Voie Romaine werd het landschap daarna gelukkig een stuk gevarieerder. We liepen door schilderachtige dorpjes en velden. Bij de lunch kwamen we Julien en Karen weer tegen, die na Coole ergens anders hadden overnacht. Het is heel gek wanneer je de hele tijd geen mens ziet, ook geen Fransen, en vervolgens op bekenden stuit. Het weer was nog altijd prachtig, en de temperatuur steeg al richting de twintig graden. Het laatste stuk vond ik nog behoorlijk pittig, maar mama hield goed de pas erin en was niet te stoppen! Om een uur of 16:00 kwamen we aan in Brienne, de plaats waar Napoleon naar de militaire school ging. Overal zijn standbeelden van hem en zie je zijn beeltenis. Papa was er ook en hoewel we moe waren gingen we direct door naar het Musée Napoleon, een klein museum over zijn tijd in Brienne. Oud en stoffig, maar de moeite waard. Toen door naar de camping. ’s Avonds hebben we een heerlijke pizza gegeten, die hadden we, en vooral mama, verdiend! Voor mama was dit het eindpunt, ze heeft meer dan 100 kilometer gelopen. Een hele prestatie. Wat was het fijn en gezellig om even een compagnon te hebben. Ik had echter ook weer zin om alleen verder te gaan.

Woensdag 4 mei

Woensdag hield ik een ‘rustdag’ op de camping, tussen aanhalingstekens omdat ik met onafgehandelde studiezaken aan de slag moest. Papa en mama hielden een dagje vakantie. ’s Avonds hebben we gezellig bij de tent gegeten.

Donderdag 5 mei

Op Bevrijdingsdag nam ik afscheid van papa en mama, na een traditioneel ontbijt met croissantje en stokbrood met jam in het zonnetje. De route ging naar Bar-sur-Aube, 25 km. Het was een van de mooiste wandelingen tot nu toe, langs rivieren, door prachtige dorpen, bossen en velden. De zon was warm maar niet heet, met een bries. Ik had van tevoren geen overnachting kunnen regelen, dus ik hoopte in Bar-sur-Aube via het Office de Tourisme iets te vinden. Helaas bleek deze dicht te zitten, net als vrijwel alle winkels. Helemaal vergeten dat het die dag Hemelvaartsdag was! Uiteindelijk heb ik een plekje kunnen regelen op een camping waar eigenlijk geen tenten mochten staan (ze verhuurden bungalows en hutjes), maar waar de eigenaresse zo vriendelijk was me toch een plekje te geven, gratis nog wel. Na een goede maaltijd in een restaurant ging ik vroeg naar bed.

Vrijdag 6 mei

De vorige dag had ik voor vrijdag op zaterdag een overnachting geregeld in Clairvaux, slechts 15 km van Bar-sur-Aube verwijderd. Clairvaux is de plaats waar de heilige Bernardus in 11??? eén van de meest belangrijke Cisterciënzer-kloosters stichtte. Het klooster had in zijn hoogtijdagen meer dan 20000 hectare grond in zijn bezit. Ik wilde graag wat langer in dat dorpje blijven om het klooster te bezoeken. Na weer een prachtige wandeling kwam ik rond 14:30 aan (’s ochtends koffie gedronken op het terras in Bar-sur-Aube, en uitgebreide lunchpauze gehouden). Ik klopte aan bij de Fraternité Saint-Bernard (niet geliëerd aan het klooster zelf), waar een kleine, oude zuster opendeed en me gastvrij ontving met een glaasje sap en een plakje cake. Ze wees me naar mijn kamer in het gebouw ernaast. De Fraternité biedt onderdak aan de families van de gedetineerden die in het klooster van Clairvaux zitten: Clairvaux is sinds 1807 namelijk een gevangenis. Het klooster is zwaarbewaakt, er zitten nu 125 gevangenen. Zware criminelen, de meeste zijn tot levenslang veroordeeld. Het bezoek aan het klooster was heel interessant, met zowel een inkijkje in het leven van de monniken in de middeleeuwen als van het klooster als gevangenis. Het avondeten werd om 19:00 opgediend: ik at met twee zusters van de Fraternité, (klinkt raar, maar het was echt zo), een vriendin van de zusters en een Duitse pelgrim die zojuist was aangekomen. De man was een jaar of 65, heel vriendelijk maar ook tragisch. Hij had al sinds zijn 7e last van chronische migraine. Drie keer in de week sloeg het toe. Nu waren de migraineaanvallen minder als hij liep, vandaar dat hij nu voor de tweede keer naar Santiago de Compostela liep (Clairvaux is een kruispunt van de Via Francigena en de weg naar Santiago). Ook had hij een aantal jaar geleden kanker gehad. Het diner bestond uit groentesoep vooraf, vervolgens een stukje auberginequiche, daarna gestoofde eend, een casserole op z’n Toulousiaans met witte bonen en worst, wortelsalade, vervolgens een kaasplankje met stokbrood en tot slot twee schijfjes ananas. Het was allemaal erg lekker en ik zat bomvol! Uiteraard kreeg ik ook een glaasje wijn. Na het eten heb ik de zonsondergang bekeken en ging ik naar bed.

Zaterdag 7 mei

Ik ontbeet weer met de Duitse meneer, die vannacht net een migraine-aanval had gekregen. Hij wilde niks eten en dronk alleen maar koffie. Ik had erg medelijden met hem. Hij bleef maar herhalen hoezeer gezondheid toch en geschenk is en hoe jaloers hij was dat ik nog zo jong en gezond was. De weg ging ditmaal naar Châteauvillain, op slechts 18 km van Clairvaux. Weer prachtig weer. Zonder al te veel bijzonderheden kwam ik begin van de middag al aan. De boulangerie waar ik de sleutel van het pelgrimsverblijf moest halen ging pas om 15:00 weer open, dus ben ik maar boodschappen gaan doen. Toen ik de sleutel had bleek hij toegang te verschaffen tot een appartement voor pelgrims, met een klein keukentje, badkamer en douche. Prima in orde, schoon en bovenal gratis! Ik deed de was en ben het stadje gaan bekijken. Châteauvillain maakt reclame als ‘petite cité de caractère’, en dat is ook precies wat het is. Het is een heel klein middeleeuws stadje, met steegjes, stadsmuren en prachtige watertjes. ’s Avonds at ik weer een magnetronmaaltijd en schreef ik het grootste deel van dit blog.

Zondag 8 mei

Vanochtend heb ik rustig ontbeten en ging ik pas om 10:30 weg, na nog even een rondje door het stadje te hebben gelopen. De etappe ging naar Mormant, zo’n 23 km. De route liep volledig door het bos, en ik kwam bijna niemand tegen. Om 17:00 kwam ik aan (ik kon pas vanaf toen ontvangen worden). Ik zit nu in een chambre d’hotes, compleet met avondmaaltijd en ontbijt voor 30 euro. Het dorpje is heel bijzonder, het is al bijna 1000 jaar een plek waar pelgrims worden ontvangen. De gebouwen uit de middeleeuwen waar de pelgrims in sliepen staan er allemaal nog,  en je kunt zo binnenlopen.  

Morgen door naar Langres, alweer een mooie stad naar het schijnt!

Tot de volgende,

Bas